Fotografietechnieken en instellingen

Diepte van veld instellen: hoe creëer je bokeh met een systeemcamera

Femke de Vries Femke de Vries
· · 6 min leestijd

Ken je dat gevoel? Je ziet een foto waarbij het onderwerp eruit springt, de achtergrond is een zachte, dromerige vlek van kleur.

Inhoudsopgave
  1. Wat is diepte van veld eigenlijk?
  2. De magie achter onscherpte: diafragma
  3. Stap 1: Kies de juiste stand op je systeemcamera
  4. Stap 2: Kies de juiste lens
  5. Stap 3: De compositie en afstand
  6. Stap 4: Scherpstellen (Focus)
  7. Stap 5: Bewerking maakt het af
  8. Veel voorkomende problemen
  9. Conclusie

Geen rommelige afleidingen, gewoon pure schoonheid. Dat is het magische effect van bokeh. Het is de reden dat fotografen verliefd worden op lenzen en de reden dat je soms best wat geld overhebt voor een camera met een groot diafragma.

Als je net begint met een systeemcamera, is dit een van de eerste dingen die je wilt leren beheersen.

Het is makkelijker dan je denkt, zolang je maar weet wat je doet. In dit artikel leg ik je uit hoe je de diepte van veld beheerst en die prachtige onscherpte achter je onderwerp creëert. Geen ingewikkelde vaktermen, maar gewoon praktische stappen die je vandaag nog kunt proberen.

Wat is diepte van veld eigenlijk?

Voordat we de knoppen induiken, moeten we even weten wat we precies doen. Diepte van veld (ofwel scherptediepte) is het gebied in je foto dat scherp is.

Het is niet alleen je onderwerp, maar een stukje ervoor en erna. Je hebt twee soorten: Om bokeh te maken, wil je die eerste optie. Je wilt de focus versmallen tot een smal straaltje en de rest laten vervagen.

  • Beperkte of ondiepe diepte van veld: Alleen het onderwerp is scherp, de rest vervaagt. Dit is wat je wilt voor portretten en bokeh.
  • Grote of diepe diepte van veld: Bijna alles is scherp, van de voorgrond tot de horizon. Dit gebruik je vaak bij landschappen.

De magie achter onscherpte: diafragma

De belangrijkste knop in dit hele verhaal is je diafragma. Op je lens is dit een waarde die je instelt, vaak aangeduid met een f-getal.

Hier zit een beetje tegenstrijdigheid in die je even moet snappen. Wil je dus die zachte achtergrond? Zet je diafragma zo laag mogelijk.

  • Laag f-getal (f/1.4, f/1.8, f/2.8): Groot opening. Veel licht, maar weinig diepte van veld. Dit is je bokeh-knop.
  • Hoog f-getal (f/8, f/11, f/16): Kleine opening. Minder licht, maar veel diepte van veld. Alles is scherp.

Heb je een kitlens die alleen f/3.5-5.6 is? Geen paniek. Zet de zoom in op de langste brandpuntsafstand en zet het diafragma op f/5.6.

Je zult zien dat het al werkt.

Stap 1: Kies de juiste stand op je systeemcamera

De meeste systeemcamera's hebben een draaiknop bovenop. Je kunt kiezen uit P, A, S en M.

Voor bokeh is de A-stand (bij Canon) of Av-stand (bij Nikon, Sony, Fujifilm) je beste vriend. In deze stand kies je zelf het diafragma (de f-waarde), en de camera regelt de sluitertijd automatisch. Zo hoef je niet bang te zijn dat je foto te donker wordt of bewogen wordt, terwijl jij je volledig kunt concentreren op die vage achtergrond. De volautomatische stand (de groene camera) probeert alles scherp te maken.

Waarom niet de automatische stand?

Dat is prima voor een vakantiefoto van een gebouw, maar niet voor een portret waarbij je de aandacht op de ogen wilt leggen. Met de A-stand neem jij de controle.

Stap 2: Kies de juiste lens

Hoewel je met elke lens bokeh kunt creëren, zijn bepaalde lenzen beter geschikt dan andere.

De brandpuntsafstand (mm) speelt hierin een rol. Lenzen met een lang brandpuntsafstand (zoals 85mm, 105mm of 200mm) comprimeren de achtergrond en maken deze extra zacht. Een 50mm lens (de klassieke 'standaard lens') is ook perfect. Vooral de 50mm f/1.8 is een legendarische lens voor beginners die ook willen starten met macro fotografie voor beginners.

Hij is betaalbaar en heeft een groot diafragma van f/1.8, waardoor je prachtige bokeh krijgt. Let op: een groothoeklens (bijvoorbeeld 16mm) geeft minder snel diepe onscherpte, tenzij je heel dicht bij je onderwerp komt. Voor bokeh werken telelenzen vaak het best.

Stap 3: De compositie en afstand

Diepte van veld wordt niet alleen bepaald door je diafragma. Jij zelf bent ook een factor.

De afstand tot je onderwerp

Hoe je je opstelt, maakt een groot verschil. Dichterbij = meer onscherpte. Als je een portret maakt, kom je dichter bij je model. Hoe dichter je bent, hoe smaller het scherptevlak wordt.

Let wel op dat je ogen scherp blijven. Dit is een gouden tip: hoe verder je onderwerp verwijderd is van de achtergrond, hoe vager de achtergrond wordt.

De afstand tot de achtergrond

Als je tegen een muur staat, kun je die muur nooit echt onscherp krijgen.

Ga je meters verderop staan? Nu ontstaat er ruimte. Die ruimte zorgt ervoor dat de lichtpunten in de achtergrond veranderen in mooie cirkels (bokeh).

Stap 4: Scherpstellen (Focus)

Als je een groot diafragma gebruikt (f/1.8), is de scherptediepte extreem klein. Een millimeter verschil kan al betekenen dat je neus scherp is maar je ogen niet. Gebruik de autofocus van je systeemcamera.

De meeste moderne systemen zijn zeer nauwkeurig. Kies voor single-point autofocus (AF-S).

Hiermee kies je zelf precies waar de camera scherpstelt. Richt op het oog van je model en druk half op de ontspanknop.

Vervolgens kun je de compositie nog een beetje aanpassen voordat je de foto maakt. Wil je extreme controle? Schakel over naar handmatige focus (MF). Veel systeemcamera's hebben een handige focus-peaking functie, waarbij de scherpte wordt aangegeven met gekleurde lijntjes op je scherm.

Stap 5: Bewerking maakt het af

Hoewel je het in de camera goed wilt doen, kan nabewerking helpen. Voor wie zich wil verdiepen in mooie portretfotografie thuis, kan nabewerking in Lightroom of Capture One de puntjes op de i zetten.

Als je foto net niet genoeg onscherpte heeft, probeer dan de 'clarity' (helderheid) van de achtergrond te verlagen.

Dit geeft vaak een extra zacht effect. Let wel op: te veel bewerken zorgt voor een onnatuurlijk resultaat. Subtiliteit is key.

Veel voorkomende problemen

Als beginner loop je soms tegen dingen aan. Hier zijn snelle oplossingen:

  • De achtergrond is te donker: Je sluitertijd is te lang geworden. Probeer meer licht te zoeken of verhoog je ISO lichtgevoeligheid een beetje (naar ISO 400 of 800).
  • De achtergrond is te rommelig: Verander van standpunt. Ga lager of hoger staan om storende objecten weg te halen.
  • Niets is scherp: Je bent te dichtbij of je diafragma is te groot (f/1.4 op een fullframe is extreem klein). Ga iets verder terug.

Conclusie

Bokeh is niet alleen voor professionals. Met een systeemcamera, de juiste lens en een lage f-waarde kun je direct prachtige resultaten behalen.

Onthoud de formule: Groot diafragma (laag f-getal) + dicht bij onderwerp + ver van achtergrond = perfecte bokeh. Haal je camera uit de automatische stand, leer de belichtingsdriehoek begrijpen, draai aan het knopje voor diafragma en experimenteer.

De beste manier om te leren is door te doen. Dus ga naar buiten, zoek wat mooie lichtpunten en maak die achtergrond heerlijk zacht.


Femke de Vries
Femke de Vries
Professioneel fotograaf en camera-expert

Femke helpt je de ideale systeemcamera te vinden voor jouw behoeften.

Meer over Fotografietechnieken en instellingen

Bekijk alle 15 artikelen in deze categorie.

Naar categorie →
Lees volgende
Belichtingsdriehoek uitgelegd: ISO, sluitertijd en diafragma voor beginners
Lees verder →